Spoorwijdtes


Javastraat Den Haag, 1911

Begrippen

In Nederland hebben vele tramwegbedrijven bestaan. De toegepaste technieken zijn in Nederland tot de huidige dag nooit verregaand gestandaardiseerd. Dat heeft tot gevolg dat deze gegevens kunnen leiden tot foto-identificatie. Een belangrijk identificatiemiddel is de spoorwijdte. Deze is gedefinieerd als de afstand tussen de beide spoorstaven, dus in spoortaal: "de wijdte tussen het linkerbeen en het rechterbeen" van het spoor. In de wandeling wordt weleens gesproken over de spoorbreedte. Dit is begrijpelijkerwijze een verwarrend begrip. In het onderstaande wordt uitgegaan van spoorwijdte. Verder worden onderscheiden de begrippen breedspoor, normaalspoor en smalspoor. Normaalspoor heeft een spoorwijdte van 1435 mm, welke maat over de gehele wereld (maar niet overal) wordt toegepast. Alles daarboven is breedspoor, alles daaronder is smalspoor. Ten slotte zijn de begrippen "wielflens", "contrarail" en "groefrail" van belang. Een railvoertuig heeft minstens twee wielen, vast verbonden met een as (moderne lagevloertrams hebben evenwel niet altijd assen). Elk wiel heeft een wielflens die het wiel in het spoor houdt. In veldspoor, aangelegd in de berm van weg of geheel vrijliggend op eigen baan, wordt voor elk der beide benen een enkelvoudige spoorstaaf gebruikt, veelal van het profiel vignola, met een bolle railkop en een platte railvoet, verbonden door een smal lijf. Om de wielflens extra te geleiden worden contrarails toegepast, die aan de binnenzijde van de spoorstaven op de dwarsliggers worden bevestigd, waarbij een gleuf ontstaat om de wielflens vrij te laten passeren. In straatspoor legde men aanvankelijk de houtblokjes (!), klinkers of keien zo tussen het spoor dat de wielflens kon passeren. Dit gaf uiteraard nogal eens aanleiding tot problemen. Soms werd daarom een oude spoorstaaf aan de binnenzijde gelegd om de klinkers of keien te keren. Al gauw paste men in straatspoor groefrails toe, voorzien van een smalle richel aan de binnenzijde, waardoor een vrije groef ontstond. Deze moesten af en toe gereinigd worden omdat zich hierin straatvuil verzamelde. Tussen de richels kon worden aangestraat of geasfalteerd.

Spoorwegen

In Nederland zijn van 1839 af de eerste spoorwegen aangelegd op breedspoor van 1945 mm. Breedspoor is alleen toegepast op Amsterdam - Den Haag - Rotterdam door de HIJSM en op Amsterdam - Utrecht - Arnhem door de NRS. Beide lijnen zijn resp. rond 1866 en rond 1855 omgebouwd tot normaalspoor. Smalspoorwegen, zoals Zwitserland die bijvoorbeeld kent, zijn er in Nederland niet geweest, ook al suggereerde de naam van de onderneming soms anders, zoals bij de Spoorwegmaatschappij Zwolle - Blokzijl, die in feite een 1067 mm tramweg uitbaatte.

Tramwegen

De meeste tramwegen in Nederland zijn aangelegd met de spoorwijdtes 750 mm, 1000 mm, 1067 mm of 1435 mm. De toegepaste tractie: paarden-, stoom-, motor- of elektrische aandrijving, hing niet samen met de spoorbreedte. Zowel spoorwijdte als aandrijftechniek kunnen in de loop van de jaren zijn veranderd.

Klinkermaat

Om de spoorwijdte te benaderen in een met klinkers verharde weg is het nodig de maat van de toegepaste klinker te schatten. Moderne betonklinkers hebben een lengte van 210 mm. De dubbelgebakken rode klinkers waren iets kleiner. Kinderkoppen hadden een breedte van 150 mm; de lengte kon variëren tussen 150 en 300 mm. Er waren en zijn vele varianten en dat betekent dat men met geschatte maten moet toerekenen naar de meest waarschijnlijke spoorwijdte. De lengte van een volwassen persoon op een foto kan worden ingemeten en vergeleken met de spoorwijdte dichtbij die persoon. In de praktijk zijn de spoorwijdtes 750 mm en normaalspoor het beste te duiden.


Hieronder volgt een summiere weergave van de spoorwijdtes van noordoost via west naar zuidoost, (ontleend aan J.W. Sluiters et al., Overzicht van de Nederlandse spoor- en tramwegbedrijven, Matrijs, Leiden, 2002, isbn 90 5345 224 9, uitverkocht). Voor jaartallen en verdere details zij verwezen naar dit boekwerk!


Paardentramlijnen

600 mm
Bergen aan Zee - Bergen Binnen (1907 - 1909)
Ginneken - Mastbosch (bij Breda)
700 mm
Den Helder - Huisduinen
750 mm
stad Groningen tot 1909
Groningen - Paterswolde - Eelde
Zuidlaren - Groningen
stad Apeldoorn
stad Deventer
Zutphen - Eefde
Zutphen - Warnsveld
stad Zandvoort (1884 - 1889)
Gouda - Bodegraven 
Venlo - Tegelen - Steyl (tot 1911)
1000 mm
stad Groningen tot 1910
stad Hilversum en Hilversum - 's-Graveland
Hoorn - Enkhuizen
stad Alkmaar
stad Schiedam
Rotterdam - Hillegersberg
1067 mm
Winsum - Ulrum
Winschoten - Bellingwolde
stad Veendam
stad Zwolle
Zwolle - Katerveer
stad Arnhem van 1910 tot 1912
stad Nijmegen en omgeving
stad Zaltbommel
Zeist - Driebergen - Dorp
Baarn - Soest
stad Utrecht tot 1907
Amsterdam - Sloten tot 1921
Oudewater Stad - Station
stad Breda 
Breda - Liesbosch, Vaartkant - Leur
Breda - Ulvenhout, Breda - Mastbosch
stad Den Bosch, Den Bosch - Vught - St.-Michielsgestel
Eindhoven - Geldrop - Heeze (tot 1921)
Venray stad - station
1410 mm
stad Groningen tot 1895
1422 mm
stad Amsterdam tot 1900/1906
stad Haarlem tot 1896
1435 mm
NTM in Friesland 
stad Groningen tot 1897
Zuidbroek - Veendam - Stadskanaal - Ter Apel
Veendam - Nieuwe Pekela
Veendam - Ter Apel
Lichtenvoorde - Groenlo
stad Arnhem en Arnhem - Velp tot 1910
Utrecht - Zeist
stad Amersfoort
Soest - Baarn
Castricum - Duin en Bosch (1914 - 1920)
Beverwijk - Wijk aan Zee
stad Haarlem (1904 -1913)
stad Leiden
stad Rotterdam
Rotterdam - Overschie
stad Dordrecht
stad Maastricht (1903 - 1914)
1445 mm
Den Haag - Scheveningen via Witte Brug (tot 1887)
1524 mm
Den Haag - Delft (tot 1874)

Stoomtramlijnen per netwerk

750 mm
Achterhoek Gelderland
1000 mm
Waterland
Haarlem - Alkmaar
Zeeuws-Vlaanderen
MBS Nijmegen - Venlo - Beringen
LTM Deurne - Roermond - Vlodrop
Weert - Stamproy
LTM Horn - Ittervoort
NMVB Lijnen ten westen van Maastricht naar België 
1067 mm
Oost-Groningen
Drenthe
Overijssel
West-Gelderland
Betuwe
Gouda - Oudewater
RTM-net Zuidhollandse en Zeeuwse eilanden
Stoomtramlijnen Walcheren
Noord-Brabant 
1435 mm
NTM-net Friesland met uitlopers naar Groningen en Drenthe
Nunspeet - Hattemerbroek
Het Gooi
Noord-Holland noord 
Net NZH in Noord- en Zuid-Holland
Westland
Gouda - Schoonhoven
Tramlijnen Bevelanden
LTM Roermond - Sittard - Heerlen
LTM Maastricht - Wijlre - Vaals
Vlissingen-Middelburg (tot 1910)

Elektrische tramlijnen

1000 mm
stad Groningen (na 1910)
Groningen - De Punt
stad Haarlem (ceintuurlijn)
Enschede - Glanerbrug
NZH Waterland en Amsterdam - Zandvoort
NMVB Sluis (Zeeuws Vlaanderen)
Aken - Vaals
1067 mm
stad Arnhem
stad Nijmegen 
NBM Amersfoort - Zeist - Arnhem
1435 mm
Castricum - Duin en Bosch (na 1920)
stad Haarlem - Schoten en - Overveen
NZH Haarlem - Leiden - Den Haag - Scheveningen
stad Leiden
stad Den Haag
stad Delft
stad Rotterdam
stad Utrecht
stad Amsterdam
Vlissingen - Middelburg (na 1910)
stad Vlissingen
LTM mijnstreek Sittard - Heerlen

Metro-stadsspoor

1435 mm
Metro Amsterdam
Metro Rotterdam
Den Haag - Zoetermeer
Randstadrail Den Haag - Rotterdam
(De Uithof -) Utrecht - Nieuwegein / IJsselstein

Samengesteld door Sjoerd Eeftens, september 2011